|
Goes;
Een
zware brand heeft in de nacht van woensdag op donderdag
het hoofdgebouw van De Betho, de Zuid-Bevelandse
organisatie voor sociale werkvoorziening, vrijwel geheel
verwoest. Er werd een brandweercompagnie (2 x 4
blusvoertuigen en ondersteunende eenheden) ingezet om
het vuur te bestrijden. De brand ging gepaard met enorme
rookontwikkeling die laag bij de grond bleef door de
harde wind. Daarom werden meetploegen op pad gestuurd
maar er werden geen stoffen in gevaarlijke concentraties
gemeten.
De
Betho
Het
betreffende pand is het hoofdgebouw van De Betho en
beslaat zo'n 2.500 vierkante meter. In het gebouw voeren
zo'n 300 medewerkers vooral montage- en
verpakkingswerkzaamheden uit. Het complex bestond dan
ook voornamelijk uit productie- en opslag- en
distributieruimten, een forse kantine en kantoren.
Enkele andere panden van De Betho zijn weliswaar ook op
bedrijventerrein Klein Frankrijk gevestigd maar bleven
bij de brand gespaard..
Eerste melding
De
eerste melding van de brand was afkomstig van de
automatische brandmeldinstallatie van het pand en kwam
kort na middernacht binnen. Snel daarna stroomden op de
alarmcentrale de telefonische meldingen van een
uitslaande brand op het bedrijventerrein binnen. Daarom
schaalde de alarmcentrale al direct op conform de
procedure 'grote brand' met als gevolg dat er drie
tankautospuiten en de autoladder naar De Betho werden
gestuurd. Toen de eerste eenheden arriveerden stond een
deel van het pand aan de kant van het Calvijn College al
volledig in brand.
Snelle uitbreiding
Mede
door de straffe wind breidde het vuur zich snel uit. Er
vonden diverse flash-overs plaats waardoor de brand zich
af en toe explosie-achtig uitbreidde. Reden genoeg om
kort na half één verder op te schalen conform het
protocol 'zeer grote brand'. Een vierde tankautospuit
werd opgeroepen. Tevens werd een beroep gedaan op het
grootschalig watertransportsysteem en het
schuimblusvoertuig van de Borselse brandweer.
Waterwinning
In
eerste instantie werden diverse ondergrondse brandkranen
aangesproken voor de bluswatervoorziening. Naarmate de
brand zich verder ontwikkelde was behoefte aan grotere
hoeveelheden water. Daarom werd op de hoek Westsingel/Westerstraat
een groot vermogen dompelpomp ingezet om water aan te
voeren naar de zuidkant van het Betho-complex. Kort
daarna werd een tweede groot vermogen dompelpomp ingezet
voor watertransport naar de noordzijde van het
Betho-gebouw. Daarmee was de watervoorziening zeker
gesteld.
Meetploegen
Omdat de
brand gepaard ging met zware rookontwikkeling die door
de straffe wind deels werd neergeslagen, werden
meetploegen opgeroepen. Omdat bij De Betho onder andere
lijm verpakt wordt, werden geen risico's genomen. Zo
lang het vuur woedde waren meerdere meetploegen op pad
in het gebied waar de rook neersloeg. De metingen zijn
verricht in een benedenwinds gebied van 750 van de brand
(de windrichting was zuid-west).
Lijm
Er
zijn metingen verricht in Goes-Noord (o.a. Colijnhof),
in de omgeving van Sportpunt Zeeland, rondom de molen en
in de omgeving van de Ringbrug/Praxis. Er werden geen
stoffen in gevaarlijke concentraties gemeten. De in het
pand aanwezige lijm is door de intensiteit van het vuur
waarschijnlijk volledig opgebrand zonder dat daarbij
gevaarlijke stoffen in schadelijke concentraties zijn
vrij gekomen.
Asbest
Bij de
brand kwam wel een kleine hoeveelheid asbest vrij. Het
ging hier echter om de zogenaamde 'witte' asbest, de
minst schadelijke vorm. De witte asbest zat verwerkt in
de kozijnbeplating. Die kozijnbeplating is echter maar
in geringe mate aangetast. De natte weersomstandigheden
hebben een gunstige invloed op de kleine hoeveelheid
asbest die is vrijgekomen. Er zijn dan ook geen risico's
voor de omgeving. In de omgeving van de brand zijn wel
stukjes isolatiemateriaal terecht gekomen. Die werden
donderdag opgeruimd door de gemeente.
Onder controle
De
brandweer richtte haar aandacht in de loop van de nacht
op het 'beheersbaar' houden van de brand in het pand van
De Betho. Dat betekende dat er weliswaar sprake was van
een zeer felle uitslaande brand maar de brandweer kon
overslag van het vuur naar panden in de omgeving
voorkomen. Twee vrachtwagens die op het terrein van De
Betho stonden geparkeerd konden met vereende krachten
worden weggeduwd en liepen zodoende geen schade op.
De
brand was bij vlagen zo fel dat de brandweer halverwege
de nacht een grotere afstand tot het pand in acht nam.
Daarbij zette men vooral straatwaterkanonnen,
waterkanonnen vanaf redvoertuigen (hoogwerker en
autoladder) en water-/schuimkanonnen van twee
blusvoertuigen in. Het naar binnen sturen van
manschappen om de brand van binnenuit te bestrijden was
levensgevaarlijk en daarom uit den boze.
Ingesloten
De
brand werd als het waren ingesloten. Op alle hoeken van
het Betho-complex werden bluseenheden opgesteld, op twee
belangrijke punten aangevuld met de autoladder van de
Goese brandweer en een hoogwerker van de
Stadgewestelijke Brandweer Vlissingen-Middelburg. Voor
het volledig afschermen van de brand waren nog drie
extra tankautospuiten nodig: van de posten
's-Gravenpolder, Ovezande en Yerseke. De blusvoertuigen
die eigenlijk werden opgeroepen om te assisteren bij het
grootschalig watertransport werden uiteindelijk ook voor
de daadwerkelijke brandbestrijding ingezet.
Ochtend
Tegen de
ochtend vielen de laatste delen van het pand ten prooi
aan de vlammen. De brandweer kon met inzet van veel
water voorkomen dat een opslagplaats met lijm in vlammen
op ging. Daarna nam het vuur snel in kracht af. Echter,
door de omvang van het gebouw en vanwege
instortingsgevaar bleek het moeilijk om alle
brandhaarden te doven.
Aflossing
Halverwege de ochtend woedde er in ongeveer één derde
van het pand nog vuurhaarden die lastig te bereiken
waren. Het in overvloed aanwezige verpakkingsmateriaal
vormde de voedingsbodem voor deze vuurhaarden.
Uiteindelijk kon rond de klok van 13.00 uur het sein
'brand meester' worden gegeven. Het nablussen duurde nog
uren. Halverwege de ochtend werden ook de 'ploegen van
het eerste uur' afgelost door 'frisse' brandweerploegen
afkomstig uit geheel Noord- en Midden-Zeeland. Zij
maakten in de loop van donderdagmiddag het bluswerk
definitief af.
GRIP 1
Op
multidisciplinair niveau werd opgeschaald naar GRIP 1.
GRIP 1 betekent dat er sprake is van een
multidisciplinaire overlegstructuur op de plaats van het
incident. Vertegenwoordigers van de brandweer, politie,
de medische hulpverleningsorganisaties en andere
belanghebbenden hebben dan systematisch overleg over de
situatie ter plaatse. Dat overleg vond in eerste
instantie plaats in een commando-unit, later werd
verhuisd naar een ruimte in één van de andere panden van
De Betho op bedrijventerrein Klein Frankrijk. Nadat het
sein 'brand meester' was gegeven werd de GRIP-situatie
opgeheven.
Enorme inzet
Het
blussen van de brand in het hoofdgebouw van De Betho was
een ware krachtmeting voor de Goese brandweer en de
korpsen uit de omliggende gemeenten. Uiteindelijk zijn
's nachts ongeveer 110 hulpverleners (vooral
brandweerlieden ingezet) met een scala aan voertuigen.
Enkele tientallen brandweerlieden vormden de aflossende
ploegen die het bluswerk in de loop van donderdagochtend
overnamen. Tijdens de brand stonden uit voorzorg enkele
ambulance's stand-by en waren zo'n tien politie-agenten
aanwezig om Klein Frankrijk af te grendelen voor het
publiek.
Tekst
www.brandweergoes.nl







Foto,s Marcel Kloet
www.112zeeland.nl



.

Foto,s Erik Schwartz
www.brandweergoes.nl
|