13-02-2011: Zeer grotebrand bij de Betho in Goes 

Goes;

Een zware brand heeft in de nacht van woensdag op donderdag het hoofdgebouw van De Betho, de Zuid-Bevelandse organisatie voor sociale werkvoorziening, vrijwel geheel verwoest. Er werd een brandweercompagnie (2 x 4 blusvoertuigen en ondersteunende eenheden) ingezet om het vuur te bestrijden. De brand ging gepaard met enorme rookontwikkeling die laag bij de grond bleef door de harde wind. Daarom werden meetploegen op pad gestuurd maar er werden geen stoffen in gevaarlijke concentraties gemeten.

 

De Betho

Het betreffende pand is het hoofdgebouw van De Betho en beslaat zo'n 2.500 vierkante meter. In het gebouw voeren zo'n 300 medewerkers vooral montage- en verpakkingswerkzaamheden uit. Het complex bestond dan ook voornamelijk uit productie- en opslag- en distributieruimten, een forse kantine en kantoren. Enkele andere panden van De Betho zijn weliswaar ook op bedrijventerrein Klein Frankrijk gevestigd maar bleven bij de brand gespaard..

Eerste melding

De eerste melding van de brand was afkomstig van de automatische brandmeldinstallatie van het pand en kwam kort na middernacht binnen. Snel daarna stroomden op de alarmcentrale de telefonische meldingen van een uitslaande brand op het bedrijventerrein binnen. Daarom schaalde de alarmcentrale al direct op conform de procedure 'grote brand' met als gevolg dat er drie tankautospuiten en de autoladder naar De Betho werden gestuurd. Toen de eerste eenheden arriveerden stond een deel van het pand aan de kant van het Calvijn College al volledig in brand.

 

Snelle uitbreiding

Mede door de straffe wind breidde het vuur zich snel uit. Er vonden diverse flash-overs plaats waardoor de brand zich af en toe explosie-achtig uitbreidde. Reden genoeg om kort na half één verder op te schalen conform het protocol 'zeer grote brand'. Een vierde tankautospuit werd opgeroepen. Tevens werd een beroep gedaan op het grootschalig watertransportsysteem en het schuimblusvoertuig van de Borselse brandweer.

 

Waterwinning

In eerste instantie werden diverse ondergrondse brandkranen aangesproken voor de bluswatervoorziening. Naarmate de brand zich verder ontwikkelde was behoefte aan grotere hoeveelheden water. Daarom werd op de hoek Westsingel/Westerstraat een groot vermogen dompelpomp ingezet om water aan te voeren naar de zuidkant van het Betho-complex. Kort daarna werd een tweede groot vermogen dompelpomp ingezet voor watertransport naar de noordzijde van het Betho-gebouw. Daarmee was de watervoorziening zeker gesteld.

 

Meetploegen

Omdat de brand gepaard ging met zware rookontwikkeling die door de straffe wind deels werd neergeslagen, werden meetploegen opgeroepen. Omdat bij De Betho onder andere lijm verpakt wordt, werden geen risico's genomen. Zo lang het vuur woedde waren meerdere meetploegen op pad in het gebied waar de rook neersloeg. De metingen zijn verricht in een benedenwinds gebied van 750 van de brand (de windrichting was zuid-west).

 

Lijm

Er zijn metingen verricht in Goes-Noord (o.a. Colijnhof), in de omgeving van Sportpunt Zeeland, rondom de molen en in de omgeving van de Ringbrug/Praxis. Er werden geen stoffen in gevaarlijke concentraties gemeten. De in het pand aanwezige lijm is door de intensiteit van het vuur waarschijnlijk volledig opgebrand zonder dat daarbij gevaarlijke stoffen in schadelijke concentraties zijn vrij gekomen.

 

Asbest

Bij de brand kwam wel een kleine hoeveelheid asbest vrij. Het ging hier echter om de zogenaamde 'witte' asbest, de minst schadelijke vorm. De witte asbest zat verwerkt in de kozijnbeplating. Die kozijnbeplating is echter maar in geringe mate aangetast. De natte weersomstandigheden hebben een gunstige invloed op de kleine hoeveelheid asbest die is vrijgekomen. Er zijn dan ook geen risico's voor de omgeving. In de omgeving van de brand zijn wel stukjes isolatiemateriaal terecht gekomen. Die werden donderdag opgeruimd door de gemeente.

 

Onder controle

De brandweer richtte haar aandacht in de loop van de nacht op het 'beheersbaar' houden van de brand in het pand van De Betho. Dat betekende dat er weliswaar sprake was van een zeer felle uitslaande brand maar de brandweer kon overslag van het vuur naar panden in de omgeving voorkomen. Twee vrachtwagens die op het terrein van De Betho stonden geparkeerd konden met vereende krachten worden weggeduwd en liepen zodoende geen schade op.

 

De brand was bij vlagen zo fel dat de brandweer halverwege de nacht een grotere afstand tot het pand in acht nam. Daarbij zette men vooral straatwaterkanonnen, waterkanonnen vanaf redvoertuigen (hoogwerker en autoladder) en water-/schuimkanonnen van twee blusvoertuigen in. Het naar binnen sturen van manschappen om de brand van binnenuit te bestrijden was levensgevaarlijk en daarom uit den boze.

 

Ingesloten

De brand werd als het waren ingesloten. Op alle hoeken van het Betho-complex werden bluseenheden opgesteld, op twee belangrijke punten aangevuld met de autoladder van de Goese brandweer en een hoogwerker van de Stadgewestelijke Brandweer Vlissingen-Middelburg. Voor het volledig afschermen van de brand waren nog drie extra tankautospuiten nodig: van de posten 's-Gravenpolder, Ovezande en Yerseke. De blusvoertuigen die eigenlijk werden opgeroepen om te assisteren bij het grootschalig watertransport werden uiteindelijk ook voor de daadwerkelijke brandbestrijding ingezet.

 

Ochtend

Tegen de ochtend vielen de laatste delen van het pand ten prooi aan de vlammen. De brandweer kon met inzet van veel water voorkomen dat een opslagplaats met lijm in vlammen op ging. Daarna nam het vuur snel in kracht af. Echter, door de omvang van het gebouw en vanwege instortingsgevaar bleek het moeilijk om alle brandhaarden te doven.

 

Aflossing

Halverwege de ochtend woedde er in ongeveer één derde van het pand nog vuurhaarden die lastig te bereiken waren. Het in overvloed aanwezige verpakkingsmateriaal vormde de voedingsbodem voor deze vuurhaarden. Uiteindelijk kon rond de klok van 13.00 uur het sein 'brand meester' worden gegeven. Het nablussen duurde nog uren. Halverwege de ochtend werden ook de 'ploegen van het eerste uur' afgelost door 'frisse' brandweerploegen afkomstig uit geheel Noord- en Midden-Zeeland. Zij maakten in de loop van donderdagmiddag het bluswerk definitief af.

 

GRIP 1

Op multidisciplinair niveau werd opgeschaald naar GRIP 1. GRIP 1 betekent dat er sprake is van een multidisciplinaire overlegstructuur op de plaats van het incident. Vertegenwoordigers van de brandweer, politie, de medische hulpverleningsorganisaties en andere belanghebbenden hebben dan systematisch overleg over de situatie ter plaatse. Dat overleg vond in eerste instantie plaats in een commando-unit, later werd verhuisd naar een ruimte in één van de andere panden van De Betho op bedrijventerrein Klein Frankrijk. Nadat het sein 'brand meester' was gegeven werd de GRIP-situatie opgeheven.

 

Enorme inzet

Het blussen van de brand in het hoofdgebouw van De Betho was een ware krachtmeting voor de Goese brandweer en de korpsen uit de omliggende gemeenten. Uiteindelijk zijn 's nachts ongeveer 110 hulpverleners (vooral brandweerlieden ingezet) met een scala aan voertuigen. Enkele tientallen brandweerlieden vormden de aflossende ploegen die het bluswerk in de loop van donderdagochtend overnamen. Tijdens de brand stonden uit voorzorg enkele ambulance's stand-by en waren zo'n tien politie-agenten aanwezig om Klein Frankrijk af te grendelen voor het publiek.

 

Tekst www.brandweergoes.nl 

 

 

 

 

 

 Foto,s Marcel  Kloet   www.112zeeland.nl

 

 

 

.

 Foto,s Erik Schwartz www.brandweergoes.nl